Verloren tijd

Verloren tijd

Tenny Frank

 

Surréalisme en poche

Licht getint in zachte kleuren: 21 poëziekaternen uit de surrealistische wereld. Ze staan rechtop in een houten omhulsel en kijken u aan. De namen van een aantal dichters zijn u bekend, anderen onbekend. Als u zo'n bundel in uw bezit heeft, erin leest zullen de gedichten in uw geest blijven dwalen. De omslag valt meteen op: tekeningen, collages, illustraties van beroemde beeldende kunstenaars: Theo van Baaren, Jörg Remé, Rik Lina, Philip West. De prijs van ieder katern is ook aantrekkelijk: 4€.
Ze zijn uitgegeven bij Brumes Blondes in Bloemendaal door Laurens Vancrevel die de buitenlandse dichters kundig en mooi heeft vertaald.

Van iedere dichter leest u door mij gekozen versregels en waar mogelijk een verhaal. Twee vragen die Laurens Vancrevel bij de presentatie van deze katernen op het Vurige Tongen Festival in Ruigoord, op 12 juni 2011, stelde zijn voor de lezers wellicht van belang. What the hell is Brumes Blondes? Ik geef u zijn antwoord:
“Dat is Frans voor 'Blondes Nevels' of 'Blonde Mist'. Het is een woordspeling die in 1960 is gemaakt door de Franse surrealistische dichter Gérard Legrand. Hij kondigde in het tijdschrift Bief het ontstaan aan van het Bureau voor Surrealistische Onderzoekingen in Amsterdam, dat een manifest had gestuurd naar de Surrealistische groep in Parijs. Gérard Legrand schreef erboven: Du pays des Brumes Blondes, uit het land der blonde nevels – een woordspeling met het cliché voor Holland – de Blonde Duinen. Daarna is die woordspeling de titel geworden van het surrealistische blad dat vanaf 1964 verschijnt en het is ook de naam van de surrealistische uitgeverij die boeken heeft uitgegeven van Louis Lehmann, Simon Vinkenoog, Jan Elburg, Breyten Breytenbach en vele anderen”.

De tweede vraag: What the hell is surrealism? geeft een goed antwoord op het begrip van een kunststroming die voor veel mensen onduidelijk is. In het woordenboek leest men: “richting in de kunst, die van het denkbeeld uitgaat dat de dingen niet zijn wat zij schijnen, maar een onderbewuste lading hebben.”
Het antwoord van Laurens V. is veelzeggender:
“Het surrealisme is van alle tijden, maar het woord is bedacht door de dichter Guillaume Apollinaire, en de filosofie ervan is geformuleerd door André Breton, Benjamin Péret, Octavio Paz, Nicolas Calas, Herbert Read, Gherasim Luca en vele andere dichters en denkers. Het surrealisme is een springlevende underground beweging, die in vele landen actief is. Het gaat het surrealisme om het afwerpen van alles wat de verbeelding en de vrijheid in ons leven belemmert. Weg met religie, weg met de burgelijke moraal, weg met het vernietigende kapitalisme, weg met de onderdrukkende politieke instellingen van de staten. Leve de poëzie, de vrijheid en de liefde. Poëzie wordt door surrealisten heel breed gedefinieerd: het omvat alle kunsten, en ook het leven zelf. Het gaat erom het leven opnieuw hartstochtelijk te maken. (...)”
Interessant voor de liefhebber van deze stroming in de kunst is te weten dat er deze zomer een internationale surrealistententoonstelling was in Istanbul met de titel 'Destructie'. In Stockholm werd in het National Museum een manifestatie gehouden door de Zweedse surrealistische groep. In Philadelphia (V.S.) is in de lente, volgend jaar, een tentoonstelling 'De Vijfde zon'. Volgend jaar, in Spanje, een grote expositie voor Eugenio Granell.
Ja, het suurealisme is een underground beweging, waar ook ter wereld, springlevend!

Wie zijn die dichters van deze katernen? Ik hanteer de volgorde van de uitgever:
Theo van Baaren, L.Th. Lehmann, Emile van Moerkerken, Gertrude Pape, Edouard Jaguer, Tenny Frank, Guy Cabanel, Pieter Schermer, Beatriz Hausner, Sergio Lima, Laurens Vancrevel, Bastiaan van der Velden, Jan Bervoets, Rik Lina, Pierre Vandrepote, Allan Graubard, Ludwig Zeller, Josse de Haan, Raúl Henao, Jacques Lacomblez, Mattias Forshage, Rodrigo Hernández Piceros, Hans Plomp, Wijnand Steemers.

Theo van Baaren, L.Th. Lehmann, Emile van Moerkerken, Gertrude Pape:
Beter ten halve gedwaald dan ten hele gekeerd

Behalve Louis Lehmann, zijn deze dichters in de jaren tien van de vorige eeuw geboren en in de jaren negentig overleden. Zij hebben allemaal in de oorlogsjaren, van 1941 tot 1944, meegewerkt aan het dadaïstische tijdschrift De Schone Zakdoek. “Op ongerelde tijden kwamen de redacteuren bij elkaar ten huize van Gertrude en Theo met hun eigen bijdragen – gedichten, verhalen, essays, décalcomanies en foto's – waarna een blad van ongeveer twintig tot dertig pagina's werd samengesteld, dat Gertrude daarna uittypte, op losse bladen plakte en dan in elkaar naaide in een schriftvorm”. Dit schrijft Louis Lehmann in de inleiding van Intermezzo, een bundel van Emile van Moerkerken, in 2004 uitgegeven door Brumes Blondes.

Misschien is het aardig om te weten dat de Schone Zakdoek in de oorlogsjaren in één exemplaar verscheen zodat het werd onttrokken aan de censuur van de bezettende macht. Een veertigtal personen hebben eraan meegewerkt. “Het blad kon bij Gertrude thuis gelezen worden op de toen al traditionele maandagavondbijeenkomsten” aldus Theo van Baaren. “Voor de eerste maal wordt het boeiendste uit de Schone Zakdoek uit het duister gebracht in een fraaie, rijkgeïllustreerde uitgave”, lezen we op de achterflap van dit door Meulenhoff in 1981 uitgegeven 'onafhankelijk tijschrift' met de titel DE SCHONE ZAKDOEK.

Voordat ik iets vertel over deze eerste Brumes Blondes katern, wil ik uw aandacht vestigen op een recensie van L. Lehmann, verschenen op 20 en 21 maart 1989 in de Provinciale Zeeuwse Courant en het Helmonds Dagblad, over een wereldpremièreopera uit 1944, waar je het volgende leest: “Theo van Baaren, dichter en emeritus hoogleraar in de theologie, wordt wel de vader van het surrealisme genoemd. ( ... ) Van Baaren schreef de tekst voor Der Mörder in 1944. Vijfenveertig jaar na dato beleefde deze mini-opera de publieke première. Het is het verhaal van euveldaad en inkeer.

Een moordenaar (in spe) stopt enkele slagersmessen in zijn koffertje, zoekt en vindt een slachtoffer, en formuleert een aanklacht die slechts tot de doodstraf kan leiden. ( ... ) De schurk moet sterven. Voordat het bloedig voornemen ten uitvoer wordt gebracht, wordt Der Mörder evenwel door twijfel bevangen. Hij weet niet of de man 'in staat van genade' verkeert. In dat geval straft hij hem niet maar zendt hij hem hemelwaarts. Dat risico is de scherprechter te machtig. De schurk blijft leven en iedereen is blij. Doek.”

In het drama Beter ten halve gedwaald dan ten hele gekeerd is de plaats van handeling een bordeel op een vliegtuigmoederschip. Het heerschap genaamd Onan Eliah Jones heeft bij zich een geïllustreerde handleiding, een prospectus, een contractformulier en een inschrijvingsformulier van zijn kerk. Met hem staat voor de deur van dit huis van plezier ene Valdemar Bang, 'de bekende bokser' wiens naam meteen wordt herkend door direkteur Ivan. Het verhaal ontvouwt een serie afschuwelijke incidenten waar iedereen of niemand van op de hoogte was.
Maar 'dingen zijn niet wat ze schijnen', zegt het woordenboek.
Dit stuk is in 1941 door de vier surrealisten geschreven voor de Schone Zakdoek, maar nooit daarin opgenomen. Zeventig jaar na dato is dit dadaïstische stuk nu te lezen.
Van een opera uit 1944 naar een Brumes Blondes katern, met dit slot!

Finale in Urks costuum

We hebben elkander vergeven,
we zien van ontroering nog scheel,
we beginnen zo straks een nieuw leven
in een spiksplinternieuw bordeel.

We laten de zorgen weer varen,
er is nog wat onder de kurk,
we vliegen fluks over de baren
naar 't wonderschoon eilandje Urk.


Édouard Jaguer: De nacht is om deuren mee te openen

Toen deze dichter in de nacht van 9 mei 2006 overleed, ontving ik een dag later deze mail: “Edouard Jaguer is overleden, je kent hem wel, denk ik als dichter en kunstcriticus en als de belangrijkste organisator van Mouvements Phases. Een groot verlies ...”
In de 'Bibliografie sur Edouard Jaguer' van Claude Arlan uit België (2000) staat: “En passant par le surréalisme, Cobra, Phases, Edouard Jaguer est un critique d'art à qui l'on doit un ensemble d'essais sur la peinture, organisateur de nombreuses expositions collectives à travers le monde; EJ est l'auteur de dessins à la plume et de plusieurs recueils de poèmes. Convaincu que “l'art est la continuation de la révolution par d'autres moyens”, EJ assigne à ses multiples activités un but unique, 'la quête du principe de liberté”.

Geboren in 1924 in Parijs. Hij ontdekt in 1937 gelijktijdig het surrealisme en de non-figuratieve schilderkunst. In 1943 sluit hij zich aan bij de surrealistische groep “La main à Plume”. Na 1945 raakt hij bevriend met Atlan, Bryen, Jorn, Gotz, Soulages en wordt redacteur van het tijdschrift Cobra (1948-1951). En vanaf 1959 neemt hij deel aan de activiteiten van de internationale surrealistische beweging en richt met zijn vrouw Anne Éthuin het tijdschrift Phases op. Hij zal vanaf 1959 ook altijd meedoen aan het organiseren en coördineren van vele collectieve tentoonstellingen in een twintigtal landen.
Het surrealistische tijdschrift La tortue-lièvre uit Canada heeft in juni 1996 een heel nummer aan hem gewijd waarin duidelijk wordt hoe belangrijk hij is geweest.
In dat nummer zijn ook prachtige tekeningen van hem te zien want dat was hij, een begenadigd tekenaar en collagist. En ook een theoreticus die in talloze tijdschriften schreef over de moderniteit en het surrealisme. Bekend is geworden Poétique de la sculpture uit 1960, Les mystères de la chambre noire uit 1983, Le surréalisme face à la littérature uit 1989. En talloze monografieën over Alechinsky, Jorn, Margaroni, Oelze en vele anderen.
Toen Edouard Jaguer in zijn slaap in de nacht van 9 mei 2006 overleed, ontving ik die dag twee mails: een van Rik Lina die het meteen al van zijn Franse vrienden had gehoord en een van Richard Walter van Infosurr met het verzoek iets te schrijven over je relatie met de dichter of over je herinneringen aan hem of een leuk verhaaltje want hij was toch eigenlijk een groot kind gebleven dat de vreemdste dingen uithaalde; vond het altijd leuk om de gegoede burgerij te choqueren met zijn tekeningen, gedichten en uitspraken.
Naast het titelgedicht uit 1954 staat in de katern van deze dichter een gedicht uit 1962 dat ik vele malen herlas, getiteld

Altijd Sisyphus
Je jeugd doorkomen tussen twee snijbanken dat geeft te lachen
En dan nog luiken En dan nog deuren En dan nog
wapentuig dat ze op mijn ogen hebben vastgespijkerd
En nog een schot om alles te verwoesten Ik leef nog
Ik verken de stad

Levensstraat Sterfstraat
Op het kruispunt van de werelddelen die met bloed zijn
aangegeven op de kaart
Vind je sidderende flarden
Dat zijn de vlaggen van de staten die de aanval deden
De aarde ontvangt haar minnaars in de salons van haar
Maar jullie kustbewoners van de werkelijkheid die
vastgeklonken zijn aan jullie binnenbomen
Jullie verscheuren elkaar

Het pakijs overdekt zijn tranen van pels
Spinsels en sitskatoenen stoffen strafkampen en achter-
kamertjes gaan met razende vaart voorbij langs de oever van het leven
De Sambre de Guadalquivir de Lot die gaan eveneens als blinden voort
Langs de oever van de bewegende stromen zoals kinderen
en gekken die tekenen
Opstaan nu

Tenny Frank: Het verleden heden
Over mij schreef Laurens V. bij de presentatie in Ruigoord het volgende:
28 jaar geleden, op de Eerste Pinksterdag 1983, gebeurde het wonder. De anarcho-surrealist Jak van der Meulen, die trouwens een groot liefhebber was van Ruigoord, schreef in een ge- dicht op wat er toen gebeurde: 'Zo'n zondag was het, Tenny, om stil te kijken naar / de zeven donzen jongen van het zwanenpaar / ... / en om nu voor het eerst wat te fietsen naar waar/ de weg niet verder gaat / ... / en [we] wisten ons voorgoed aangekomen bij elkaar.' Vanaf die dag is de dichteres Tenny Frank aangeraakt door het wonder. Het wonder heeft haar daarna niet meer verlaten, ondanks alles. Tenny schreef de intieme bundel Ik nam ze mee, jouw woorden, en later Maanflora. Ze schreef over wonderen in haar gedichten die ze in het tijdschrift Brumes Blondes plaatste. Haar kleine nieuwe bundel Het verleden heden is een hoogtepunt van melancholie, humor en droom. Weer zo'n wonder als op die verre zondag.
Dit automatisch geschreven gedicht kies ik

Neem mee

Gewicht van het verleden heden
Gezicht van een krokodil in tranen

Groene zeep voor het geval dat
Een verrekijker om het niets te zien
Een tas met geld voor gappers
Kuifje in Peru voor pinguïnstrand
Bril en geweer voor de autodame
Tandenborstel om af te spoelen
Urgente brief van gebruikte liefde
Zijden jurk van mijn grootmoeder
Gouden zakhorloge van weleer
Boterhammen voor de wereld
Conservenblikken met rode zalm
Gelakte pumps en blote sloffen

Fles water voor wrange dromen
Lichtgevend oud adresboekje
Punaises voor zeikerige agenten
Eigennamenkoffer voor van Dale

En de rest