Bloeiend puin


Bloeiend puin

Productnr.: 9789023428374

Momenteel niet beschikbaar, stel eventueel een vraag via de link rechtsonder

19,43

Prijs is incl. BTW

Mogelijke levermethoden: Afhalen, Post

Anneke Brassinga s vierde prozabundel, geschreven in de voor haar zo kenmerkende geconcentreerde stijl, bevat beschouwingen over door haar geliefde schrijvers als Leopold, Ouwens, Diderot, Proust en Casanova, overpeinzingen over liefde en de betekenis van kunst, over utopie, verlies, regen, wind, verdriet en kou en een vijftal essays over lezen en schrijven. Met haar in hoge mate geïndividualiseerde stijl en haar enorme woordenschat weet Brassinga dingen zichtbaar te maken die in de diepte liggen van haarzelf, van anderen en van de wereld in het algemeen. De universele waarde van haar observaties is gelegen in haar volmaakt eigen en uiterst grondige manier van kijken, en haar vermogen de fundamentele raadselachtigheid van wat zij ziet, doorziet en beschrijft, intact te laten.

 

(Recensie door Fens Kees, gepubliceerd op 07-03-2008 in de Volkskrant)

De verhevigde werkelijkheid bij Brassinga , zo verschrikkelijk waar

 

Deze zin vliegt niemand aan. Hij is beheerst en houdt de woorden binnen zijn macht. De meeste zinnen houden zichzelf in het gareel, ook in die toch zeer vrije vorm van het essay. Het Nederlandse essay is dan ook meestal een betoog, degelijk, van taal en van gedachten. Piet Meeuwse is voor die degelijkheid voorbeeldig, goede ideeën, mooie zinnen, bedenksels waar je een dag mee vooruit kunt. Het eerste essay in een bundel die Bloeiend Puin heet (ik las eerst 'bevriend puin') en geschreven is door Anneke Brassinga , begint zo:

'Hoe moet je leven? Altijd is er te weinig gelezen om tot een slotsom te geraken, nooit is er dan ook voor al dat lezen - hoezeer ook te weinig - een definitieve rechtvaardiging. De lezer, betrapt midden in het kreupelhout van zijn dolende lectuur, kan geen opheldering verschaffen, niet over wat hij zoekt, noch over wat hij eigenlijk aan het doen is. Ja, hij zoekt opheldering. Waarover? Dat staat nog niet vast.'

Vragen waarop geen antwoord komt. Dat zijn de goeie. Vragen die weer een kettingreactie van andere vragen oproepen, dat zijn de beste. (Een antwoord wordt heel in de verte, in ruimte en tijd, gesuggereerd.) De rust van het betoog is hier niet aanwezig, de zinnen springen tegen je aan. In een betoog verzink je, in rust, een essay dat uit deze taal is gemaakt, maakt onrustig. Na de laatste woorden volgt een schitterend citaat: 'Geef een precies doel aan het leven; op slag verliest het zijn bekoring.' Dat is geen Nederlandse uitspraak! Ik kan niet blijven overschrijven wat Anneke Brassinga aan het begin van het eerste essay heeft geschreven, maar geloof me, het wordt steeds opwindender en ingewikkelder. Zij schrijft in feite altijd vragende zinnen, ook al beweert ze iets, tracht ze iets te beweren. Het essay als een poging de vragen helder te krijgen, daar lijkt het soms naar.

De intensiteit van de hier gebundelde essays is heel sterk, naar de wijze van schrijven, die niet alleen hoogst origineel, maar ook zeer persoonlijk en geladen is, en naar de wijze van lezen (die in de schitterendste citaten resulteert). Ik geloof dat er weinigen zijn voor wie lezen zo'n hevige bezigheid is. Die wijst op een hevigheid van leven.

Bijna elke lezer zal zich naast Brassinga een luxe schepsel weten, hij laat zich onderhouden, onderrichten, zij moet zich laten verscheuren, is het niet door de vragen, dan is het door de bewondering, zoals hier in een, vind ik, briljant essay over Proust.

Kwelling en bewondering, ze kunnen beide niet op, rust wordt niet gegund, geluk is vaak een scherp en helder doorzien van het ongeluk. De leesbezetenheid die een indrukwekkende belezenheid meebrengt, zorgt voor zonder meer schitterende (onbekende) citaten. De kunst van het citeren wordt hier grote kunst. (De bezetenheid krijgt mooi gestalte in kleine beschrijvingen van boekhandelbezoek in Parijs.)

'Dichtbij' kan een kerngedachte uit deze essays zijn: de auteur blijft zeer dicht bij zichzelf - in heel mooie, heimweewekkende dagboekbladen, in de laatste dagen van het jaar in Parijs geschreven, maar ook in bijna alle essays.

Ze blijft ook zeer dicht bij de schrijvers: Casanova - heel boeiend, misschien vooral door de wijze waarop Theresia van Avilla met haar Het Kasteel der Ziel het rijk van de grote minnaar wordt binnen geschreven - Diderot (die door haar directe woorden misschien voor het eerst verlegen is geworden), Proust - voor een enkele zin moet je de hele À la recherche herlezen, de heldere duisterling Kees Ouwens ( Brassinga 's bewondering voor hem heb ik van dichtbij gezien in een juryvergadering) en - in een magistraal opstel, waarin poëzie een proces van doorgaande voortbrenging wordt - Leopold.

Het knappe is dat Brassinga na Sötemann en Van Halsema - beiden door haar met bewondering genoemd - nieuwe gedachten weet te ontwikkelen. Wie in de academische traditie blijft of in het traditionele essay, zal zwijgen. Maar de originaliteit in visie (en in taal!) van Brassinga laat Leopold toch even opnieuw ontluiken.

Gedachtenspel is ook taalspel. Dat maakt lezing van de essays soms een beetje moeilijk, zeker wanneer lichte overdaad en overmoed intreden. Maar veel wordt vergoed, als Brassinga in een bespreking van de Nederlandse vertaling van Finnigans Wake zelf de geestige taalexperimenten van Joyce overneemt. Wie schrijvers zo dicht nadert als Brassinga , kan ook een meesterlijke imitator zijn.

Het spreekt vanzelf dat wie zo goed citeert, ook zelf in haar werk passages oplevert, die je wilt citeren om ze met anderen te delen. Maar natuurlijk ook vanuit de bijgedachte zo'n passage zelf te hebben willen schrijven, in die benijdenswaardige concreetheid van de auteur.

Dit is zo'n citaat: 'Zoals er landschappen zijn waar ik doorheen wandel en denk wat mooi, wat lelijk, wat zus of zo. Zulke landschappen, zulke poëzie hebben niets van mij nodig en laten mij onverlet. Maar ik ben soms ook verzeild geraakt op plekken waar het mij omringende als het ware een verhevigde werkelijkheid kreeg of waar mijn aanwezigheid onverhoeds een zekere betekenis leek te hebben. Waar mijn komst zelf welhaast, even, een aankomst leek.'

Waar in de eerste essays zo veel over lezen wordt geschreven, mag hier toch wel de opmerking gemaakt worden dat lezen ook een vorm van afleren is. Dat is hier het geval. De lezer wordt er met zijn mogelijke belezenheid niet rustiger op. Hij begint dwars door het hem altijd steunende betoog heen te kijken. Het is zo waar. Deze essays zijn echter zo verschrikkelijk waar. Dat is de bekoring en de kwelling ervan.

 

 

Aanvullende productinformatie

Auteur Brassinga, A.
Uitgever Bezige bij
Artikelsoort Diversen
Taal Nederlands
Verkoopcategorie Reguliere verkoop
Datum laatste ontvangst 18-07-2014

Klanten die dit product kochten, kochten ook

Ontij
18,41 *
*

Prijzen zijn inclusief BTW en exclusief leveringskosten


Blader door deze categorie: Diversen